Geschiedenis Brandweer Volendam.

Korte geschiedenis Brandweer Volendam

 

Vanaf de negentiende eeuw was er in het dorpje Volendam een handbrandspuit, van het type dat Jan van der Heiden in 1685 had geïntroduceerd. Voor de bediening van de spuit waren veel mensen nodig, want er moest met minstens acht man gepompt worden, die minstens elk kwartier moesten worden afgelost. Er werd gewerkt met leren slangen en leren emmertjes en voor het omzichtig uitleggen van de kwetsbare slangen waren ook veel mensen nodig. Tenslotte hoorde er bij een brandweerorganisatie in die tijden ook nog lantaarndragers en mensen met ladders, bijlen, haken en zeilen.

 

In 1924 kwam er een belangrijke verbetering met de komst van een (vier)wielige motorspuit van het fabrikaat Van der Ploeg, een bekende fabriek van zuivelmachines en brandspuiten. De motorspuit werd met een paard of mankracht naar de brand gereden, waarna de motor in werking werd gesteld, die een plunjerpomp met een capaciteit van 750 liter per minuut aandreef. Voor de bediening van de mechanische pomp en de moderne vlasslangen waren veel minder mensen nodig, zodat het mogelijk was de brandblussing in handen te geven van een kleine groep goed gemotiveerde en geoefende vrijwilligers. Het apparaat was betrouwbaar en duurzaam, maar aan het einde van de oorlog werd geconstateerd dat de machine nodig vervangen moest worden. Ook de tweewielige enigszins logge motorspuit van het fabrikaat De la Haye met een capaciteit van 1000 liter per minuut uit de eind jaren twintig was onbetrouwbaar geworden. In juli 1946 werd daarom van de gemeente Amersfoort voor 1500 gulden een tweewielige motorspuit gekocht, dat in 1939 in grote getale was gemaakt ten behoeve van de luchtbeschermingsdiensten. Het spuitje had een capaciteit van 800 liter per minuut bij 8 atmosfeer. Dit kleine wendbare spuitje voldeed zó goed, dat in februari 1947 nóg een tweewielig spuitje werd gekocht. Dit tweede exemplaar kwam ook van de luchtbeschermingsdiensten en had een capaciteit van 500 liter per minuut bij 8 atmosfeer. Het werd voor 1200 gulden gekocht van de brandweer Soest. In 1946 had Volendam een bevolking van ca. 6300 inwoners.

 

De vrijwillige brandweerkorpsen van Edam en Volendam beschikten vanaf de jaren twintig voor hun alarmering over een (bovengronds) wekschellennet, dat echter slecht onderhouden werd. In Edam functioneerde het vlak na de oorlog nog redelijk, maar dat van Volendam werkte voor geen meter.  Er moest dan ook een nieuw systeem komen en dat kon wat gemakkelijker toen vanaf 1 september 1947 het telefoonkantoor van Edam weer dag en nacht bezet werd. Daardoor kon de alarmering via PTT-lijnen plaatsvinden.

 

Uit een rapport van de Inspectie voor het Brandweerwezen over de brandweer in de gemeente Edam, bleek dat het met de geoefenheid van het korps Volendam niet zo best was. Dat liet het korps niet op zich zitten en onder leiding van de gedreven commandant J. Schokker werd in 1949/1950 door alle leden deelgenomen aan één van de eerste cursussen Brandwacht Tweede Klasse, die de inspectie organiseerde. Op 31 mei 1950 werd het examen gehouden en alle deelnemers slaagden. Op de lijst stonden: J. Schokker, Carper L. Sonbroek, N. Klepper, J. de Boer, Hendr. Schokker, Klaas Veerman, S. Snieder, C. Molenaar, J. Sier, N. Veerman, A. Maas, J. Koning, J. Tol, D. Schokker, P. Sonbroek, J. de Boer, H. Sonbroek, H. de Koning, C. Plat en L. Sonbroek. Twee jaar later, in augustus 1952 ontving commandant J. Schokker voor zijn verdiensten een eremedaille van de Orde van Oranje-Nassau in zilver voor zijn inspanningen voor de brandweer.

 

Met de komst van een brandweerwet in 1952 moest in elke gemeente een nieuwe organisatieverordening voor de brandweer worden vastgesteld. De verordening die de raad van Edam op 1 september 1955 uiteindelijk vaststelde, voorzag in twee aparte brandweerkorpsen met ieder hun eigen commandant. Dat was de inspectie een doorn in het oog, want die hadden liever in elke gemeente een éénhoofdige leiding. Nu moest men voor allerlei besprekingen steeds afspraken maken met twee verschillende mensen. Toch lukte het niet om daarin verandering te brengen. Ook het advies van 1981 van de Regionale Brandweer Waterland, waarin de gemeente in 1979 was toegetreden, drong aan op één commandant voor de hele gemeente, maar opnieuw zonder succes. Ook de nieuwe brandweerverordening van 1987 bevestigde de autonomie van de beide korpsen door twee commandanten te noemen. Overigens werd in de verordening van 1955 een functioneel leeftijdsontslag ingesteld op 60 jaar.

 

Toen het weer een beetje goed begon te gaan in Nederland, werd in 1949 ook in Volendam een nieuwe brandweergarage ontworpen, compleet met een slangentoren. De nieuwe Austin-autospuit, die in 1950 arriveerde, werd meteen daarin geplaatst. Die Austin-autospuit met lagedrukpomp (kenteken NB-04-06) had een open opbouw van de fa. Kronenburg te Culemborg (later Hedel), naar het model dat tot voor de oorlog nog algemeen was. In 1956 werd het voertuig door de fa. Kuyp voorzien van een gesloten cabine. Ondertussen was er in 1955 ook een trekker-manschappen-materiaalwagen aangeschaft. Het was een Tempo-Matador 1400, waarin een draagbare motorspuit van het merk Volkswagen/Kronenburg was ondergebracht. Al veel eerder, in 1942, was geadviseerd een trekkervoertuig aan te schaffen voor Volendam, maar dat werd met de smalle straatjes en stegen in het dorp niet erg zinvol geacht. In 1960 werd het wagenpark gecompleteerd met een poederblusaanhanger van 250 kilo, zoals Edam die vier jaar daarvoor al had gekregen, van het type Total P250.

De volgende aanschaf was een aanhangmotorspuit in 1965 ter vervanging van de LBD-spuitjes. Het werd een Volkswagen/Magirus spuitje met een capaciteit van 800 liter per minuut.

De groei van Volendam en de bebouwing noopte tot de aankoop van een brandweerladder en in 1969 werd na lang wikken en wegen een Magirus-ladderaanhanger van 18 meter gekocht. De Tempo-trekker uit 1955 was na 17 jaar versleten en werd in 1972 vervangen door personeel-materiaalwagen in de vorm van een Mercedes-Benz 206/24-bestelbusje (kenteken DN-68-97). Twee jaar later werd de uit 1969 daterende kleine Mercedes-Benz 408-autospuit hoge- en lagedruk met Rosenbauerpomp van Edam (kenteken ZS-81-67) in Volendam geplaatst, omdat de Austin niet meer betrouwbaar bleek.

 

Volendam was reuzesnel gegroeid en in omvang de hoofdplaats van de gemeente Edam voorbijgestreefd. Daarom werd de naam van de gemeente per 1 januari 1975 veranderd in Edam-Volendam. In datzelfde jaar kocht Volendam een grote tankautospuit hoge- en lagedruk op Mercedes-Benz LF1113/36-chassis, door Doeschot voorzien van een Rosenbauerpomp (kenteken 67-07-ZB). Met veel feestelijk vertoon werd het voertuig op 30 juli 1976 officieel overgedragen aan het korps.

 

Aan het begin van de jaren tachtig werd het weer onrustig in Edam-Volendam. Het korps van Edam was dringend aan andere huisvesting toe en de vervanging van het materieel ging niet snel genoeg naar de zin van de Edamse commandant. Volendam zag met lede ogen aan dat door de rel er misschien in zou resulteren dat de voorstanders van één korps hun zin zouden krijgen en er ergens midden tussen de dorpen een nieuwe kazerne zou komen, maar gelukkig liep het allemaal met een sisser af.

 

Behalve de brand van 1 januari 2001 hebben zich in Volendam niet zoveel schokkende branden voorgedaan. De brandweer was er dan ook steeds snel bij. Eind september 1949 maakte een straaljager van de Luchtmacht een noodlanding bij Volendam, maar er brak gelukkig geen brand uit. Op 13 juni 1968 brak er na een heftige explosie brand uit in een paar percelen aan het Dijkvenneplein in Volendam. Daarbij vielen twee gewonden.

     
Uit het adresboek van de Koninklijke Nederlandsche Brandweervereeniging
1932: Gemeente Edam, waaronder Volendam.  
Vrijwillige brandweer    
Opperbrandmeester E. Wark, telefoonnr. 40  
Commandant A.A. Keijzer  
Alarmeringssysteem centrale alarmeringsinstallatie  
Materieel 1 autospuit, 3 motorspuiten en 2 slangenwagens

 
Uit het tijdschrift 'Brandweer
1936: Gemeente Edam.  
Vrijwillige brandweer Edam 29, Volendam 30 manschappen.
 
Alarmeringssyteem weksysteem met inductors in Edam en Volendam  
Materieel Edam 1 autospuit en 2 motorspuiten.  
Materieel Volendam 1 motorspuit en 1 handspuit.  
Brandslangen 750 meter, met bajonetsluiting, 2" en 2,5".  
Waterleiding ja, normale druk 3 atmosfeer, bij brand hoger.  
Brandkranen Edam 12, Volendam 29.  
     
 

Zoals de iets ouderen onder ons zich nog kunnen herinneren hier een foto van de kazerne in de Berend Demmerstraat.

 

 
     
 

Zie hier onder enige oude brandblus middelen
(vergelijk het in gedachte eens met de middelen van tegenwoordig).


 
     
 

Dit is een antieke motorspuit die gerestaureerd is door

Tom Koning  & Pedro Veerman in begin jaren 80

de motor loopt nog steeds, na een kwartiertje slingeren.

 
     
 

Een defilé uit de jaren 60 

 
     
 

Uit de oude doos.

Waar dit vandaan komt weet ik, niet maar het is wel leuk.

 
     
 

Een koolzuur wagen met elektrische tractie

 
     
 

Uit een ver verleden de brandweerlieden en enige notabelen van Edam-Volendam

 
     
 

Zoals u ziet brandweer morse uit 1920

 
     
 

Ook  uit een ver verleden brandweertekens